Tot 10 tellen

Karin verwijderd
Karin is helemaal wakker. Ze wil het ook nog even over haar kapsel hebben. En over hoe ze Willem heeft geknipt. Als Karin hier lacherig over doet, bedenkt Willem zich geen seconde en sleept Karin met matras en al naar de woonkamer. “Ben je nog steeds irritant bezig. Je bent gisteravond al begonnen”, vraagt Bart aan Karin als ze de woonkamer wordt ingesleept. Niet lang daarna krijgt Willem spijt en haalt hij Karin terug. “Dat was wel leuk dat uitstapje”, houdt zij zich groot. En daarna: “Echt fuck, zoals Anouk dat gezegd zou hebben.” Willem: “Er is niet eerder zoveel gevloekt als in die weken dat Anouk hier was. Voor haar was het echt een tweede taaltje.”

De volgende ochtend staat Willem als eerste op. Hij trekt zijn jas aan en staart melancholisch naar buiten en duikt dan weer het bed in. Bart: “Hoe laat is het? Ik heb gewoon zin om op te staan en mijn boek uit te lezen.” Hij doet het niet. Ruud is de enige die opstaat. Hij gaat douchen. Maar ook hij zoekt daarna zijn bed weer op.

Bart staat uiteindelijk op rond een uur of tien. De rest wordt om half elf gewekt. Bart leest zijn boek ‘De doden mantra’. Dit boek heeft hij gekregen van Sinterklaas en hij kan maar niet stoppen met lezen. Als Ruud opstaat, stapt hij meteen op de fiets. Ook Willem stapt meteen op het fitnessapparaat. Ruud zit op de fiets, in korte broek met ontbloot bovenlijf, haar door de war. Hij transpireert hevig.

Rond het middaguur maakt Big Brother de weekopdracht bekend. Het is een legpuzzel van de bewoners van 3000 stukjes. Vrijdagmiddag 12.00 uur moeten alle stukjes op de goede plaats liggen. De inzet? “Vijftig procent”, klinkt het in koor.

Geen deals
Maandagmiddag is het tijd voor een nieuwe nominatieronde. Big Brother is dit keer strenger. De methode van Willem, met de briefjes, is niet toegestaan. De bewoners moeten zelf twee personen nomineren en die keuze motiveren. Big Brother kondigt ook aan dat hij aan iedereen zal vragen of de nominaties het gevolg zijn van eventuele afspraken. Het vermoeden bestaat dat er onderlinge dealtjes zijn gesloten. Bart en Maurice gaan alvast naast elkaar zitten, omdat zij verwachten dat ze allebei worden genomineerd.

Op de goede plaats
Bekend wordt wie er is genomineerd. Dat is geen nieuws meer want de bewoners hebben het er zelf al over gehad. Ook hun motivatie hebben ze elkaar al uitgelegd. Al snel gaan de bewoners over tot de weekopdracht. Bart zit in de kamer op een verhuisdoos een gedeelte van de puzzel in zijn eentje te doen, terwijl de anderen met z’n drieën over de keukentafel staan gebogen. Het blijkt een hele grote puzzel te zijn. Bart: “Als je ziet hoe groot het logo is.” Volgens Maurice is de omvang 1,20 meter bij 1 meter. Om half vijf pauzeren de bewoners even, Willem heeft voor iedereen een gegrilde boterham gemaakt. Daarna worden de stukjes weer een voor een op hun plaats gelegd.

Tot tien tellen
Vandaag eten de bewoners in de woonkamer met het bord op schoot. De keukentafel ligt immers vol met puzzelstukjes. Niemand schijnt zich er druk om te maken, de puzzel heeft alle aandacht. Maurice: “Het is verslavend.” Karin reageert daarop met: “Heb ik geen last van.” Langzaam maar zeker krijgt de foto van de bewoners vorm. Na het eten pakt Ruud twee stellingen, meteen maar twee, anders komt er geen einde aan de inhoud van de blauwe doos. Ruud geeft het papiertje meteen door aan Maurice: “Het is voor jou: bungee jumpen.” Maurice heeft al eens over dit avontuur verteld aan de hand van een andere stelling uit de blauwe doos: “Ik verwijs naar de ultieme kick.” Ruud wil het verhaal graag nog een keer horen. Maurice: ”Die dag werd ik 22 jaar. Van mijn ouders had ik geld gekregen om nieuwe sportschoenen te kopen. Maar ik had mijn oude sportschoenen mee op reis. Van dat geld ben ik toen gaan bungee jumpen, van 102 meter hoog. Je weet niet wat je meemaakt.” Karin: “Next”. De volgende stelling is: hoe langer je elkaar dag en nacht meemaakt, hoe minder je van elkaar kunt hebben. De bewoners zijn het daar niet mee eens. Willem: “Je leert meer verdragen omdat je elkaars goede en slechte kanten leert kennen.” Ruud: “Als ik naar mijn eigen relatie kijk, blijkt dat je elkaar juist meer kunt waarderen. Die irritatie wordt minder.” Karin: “Wij weten dat we bij elkaar moeten zitten, dus dan weet je dat je het met elkaar uit moet houden.” Ruud: “Je telt wel eens tot tien en dan denk je: ach, met Kerst ben ik er uit.”

Neus of vinger
Het puzzelen van vanavond leidt tot vreemde gesprekken: Maurice: “Ik zoek nog een stukje tand van mezelf en nog een stukje lippenstift van Karin.” Ruud: “Van wie is die hand?” Alle aandacht van de bewoners gaat uit naar de drieduizend stukjes. Maurice: “Ik vind de weekopdracht erg meevallen.” Ruud: “Ja, inderdaad we zijn best wel ver, de contouren zijn al zichtbaar.” Bart verwonderd: “Het is toch gewoon gaaf dat je je eigen puzzel hebt.” En dan: “Maurice ik ben naar je neus op zoek.” Ruud zijn hoofd is nog steeds niet gevonden. Maurice verzucht: “Dit lijkt wel een neus maar het kan ook een vinger zijn.”

De puzzel is een goede afleiding van de dagelijkse beslommeringen. Soms een beetje te goed. Ruud: “Als je aan het puzzelen bent, vergeet je helemaal dat je ook nog zoiets als brood moet bakken.”

Boeiende conversatie
In ieder geval zijn Willem en Karin daar niet mee bezig. Het grootste deel van de avond zitten zij gebogen over de drieduizend stukjes. Pas na een lange tijd komt Maurice helpen. In stilte worden de stukjes in elkaar gelegd. De conversatie bestaat hoogstens uit zinnen als “O ja, past” en “Alleen het oor mist nog”. Het heeft wel succes, want na een avondje puzzelen is niet alleen het logo al duidelijk zichtbaar, maar zijn ook de meeste hoofden van de bewoners in elkaar gepuzzeld. Het is dan ook erg verslavend. Maurice kan amper stoppen. “Heb jij nachtdienst vandaag, Dries?”, vraagt Ruud. “Ja, ik moet van twaalf tot drie en jij van zes tot negen”, grapt Maurice terug.

Hierna gaan de mannen samen voetballen. Niet voor lang, want al snel komen de vier weer binnen. Bart moet nog zijn bed opmaken en gaat het brood bakken. Toch hebben Willem en Ruud nog geen genoeg van het voetballen. Ruud: “Zullen we nog even de bal wat rond spelen?” Een antwoord is eigenlijk overbodig. De twee staan direct weer buiten.

Nominaties besproken
Maurice vindt het hoog tijd om te slapen. Als hij op bed ligt, bespreekt hij met Karin nog de nominaties. De twee snappen niet hoe Big Brother op het idee komt dat er afspraken tussen de bewoners zijn gemaakt over de nominaties. Maurice: “Ik heb niets gezegd en volgens mij niemand hier. Alleen jij met Bart. Ik weet gewoon al een hele tijd met wie ik over wil blijven.” Karin ziet wel een positief punt in haar nominatie. “Nu zijn al mijn kinderen heel blij.” Maurice: “Die gaan nu meteen bellen.” Karin denkt in eerste instantie van niet, maar even later begint ze toch te twijfelen.

Zij komt met een leuke anekdote. “Ik had bedacht dat als ze bij het nomineren aan mij zouden vragen waarom ik voor Bart in plaats van Maurice heb gekozen, dat ik zou zeggen dat Maurice beter in bed is dan Bart. Leek me wel geestig.” Waarna ze hartelijk begint te lachen. “Daar moest ik in de dagboekkamer steeds om lachen als ik er aan dacht. Zat ik alsmaar te gniffelen.” Maurice weet niet zo goed hoe hij hier op moet reageren. Even later heeft hij een voorstel. “Zullen we wedden wie er weggaat donderdag?” Karin is hier stellig in: “Wedden? Nee! Ik zie het wel donderdag.”

Comments are closed.