Oh, wat een ramp!!

Oh, wat een ramp!!

Maandagochtend
Om tien uur staat Willem als eerste op. Hij gaat naar de wc, geeft de vissen eten, en keert dan voldaan weer terug naar bed. Kort daarna staat Karin op, en klimt op de fiets. Ze dekt de tafel en dan geeft ook zij de vissen eten. Als iedereen beurtelings dit ritueel aanhoudt, drijven ze tegen het eind van de week allemaal ondersteboven in het aquarium. Om half twaalf zitten Willem en Karin samen aan het ontbijt. Ruud en Bart zijn nog in diepe rust.

Pas om twaalf uur staan Ruud en Bart eindelijk op. Niet veel later wordt de weekopdracht bekend gemaakt: bouw een kerstboom, sneeuwpop en kerstman van Duplo en Lego. Vol enthousiasme zet het viertal vijftig procent in van het weekbudget. Dan worden de dozen de huiskamer binnengebracht, ongeveer dertig dozen vol groene, blauwe, gele, rode, witte en zwarte bouwblokjes worden de huiskamer en keuken binnen gedragen. Vol ijver storten ze zich op de stenen en beginnen met het makkelijkste onderdeel, de kerstboom. Na een tijdje krijgen de bewoners dorst en besluit Ruud koffie te zetten, zodat iedereen even tot rust kan komen. De rust blijkt echter van korte duur, even later zit iedereen weer aan de voet van de boom en bouwt driftig verder.

Oh, wat een ramp! Na het horen van de weekopdracht is Karin gelijk enthousiast. Ze wil vijftig procent van het weekbudget inzetten. Bart is het daar in eerste instantie niet mee eens: “Als het niet lukt, dan hebben we maar 49 gulden over. Dat is niet veel.” Na enige overredingskracht van Karin gaat hij overstag: “Wat maakt het ook uit, eigenlijk. Doe maar vijftig procent.”
Dan krijgen de bewoners het voorbeeld van 1 op 8 te zien en realiseren ze zich pas, hoe groot alles gaat worden. Karin begint te lachen: “Oh, moet je dit zien. Ik had iets anders in gedachten. Dit is hartstikke leuk, hebben we gelijk een grote kerstboom.” Bart is er snel uit en berekent dat de bouwwerken ongeveer anderhalve meter groot worden. Willem is danig onder de indruk: “Godverju zeg.”
Ramp
Dan mogen de bewoners de voorraadkamer in om de dozen Lego te pakken. Naarmate er meer dozen in de kamer worden gesjouwd, krijgt ook Karin de omvang in de gaten: “Oh, wat een ramp zeg.” Ze blijft wel optimistisch: “Nou, de top van de boom hebben we in ieder geval al”, doelend op het voorbeeldblok. Als ze de tekening beter bekijkt, komt ze al snel tot de conclusie, dat ze niet alleen Duplo, maar ook Lego moeten gebruiken om te bouwen. Iedereen is het erover eens dat de opdracht zwaar, maar leuk is. Karin: “We moeten de boom vandaag wel af krijgen, anders halen we het niet.”Dozen vol gele, zwarte, rode, witte, en groene Lego worden binnengebracht. Terwijl Karin en Willem de tekeningen bestuderen, loopt Ruud met de boom naar de keuken.Daar is Bart al bezig de eerste blokken in elkaar te zetten. Karin stopt hem met de opmerking: “We moeten het eerst uittellen.” Willem heeft een slim systeem bedacht: één persoon bouwt het beeld en zegt tegen de anderen welke blokken hij nodig heeft. Die persoon bouwt dan de blokken voor degene die het beeld bouwt. Van het plan komt niet veel terecht, enige tijd later zit iedereen op handen en voeten aan de kerstboom te werken. Karin: “Wat zullen mijn kinderen mij benijden.” Bart: “Zoveel Lego heb ik nog nooit bij elkaar gezien.” “Nee”, zegt Willem: “En ik dacht dat ik veel Duplo in huis had.”

Het is maandag al laat, als Bart fanatiek begint te tellen en vervolgens een deel van de boom afbreekt. Verbaasd vraagt Ruud, wat er aan de hand is. Bart: “Ik zag dat die van Karin en mij niet gelijk waren. Ik denk, hé daar klopt iets niet.” Dan wordt Ruud serieus, hij lijkt zijn twijfels te hebben over het slagen van de opdracht: “Denk je dat we het halen?” Bart lacht: “Die kerstboom in elk geval, de rest weet ik nog niet. Maar die andere twee worden wel een stuk kleiner.” Ruud is niet overtuigd: “Ja, maar de moelijkheidsgraad wordt hoger.” Karin spreekt Ruud geruststellend toe: “Ik denk wel, dat als je het eenmaal een beetje door hebt, het bouwen wel makkelijker zal worden.”

Karin en Willem bouwen rustig door aan de boom, als Ruud en Bart er bij komen. Ruud staat met een groot brokstuk in zijn handen en geeft een imitatie van een holbewoner weg. Hij schreeuwt en gooit het brokstuk op de grond, uit een oerkreet en begint in de berg lego te graaien. Zijn aktie breekt de spanning en iedereen begint te lachen. Even later is iedereen weer serieus met het bouwwerk bezig en krijgt Ruud ook de geest: “Het gaat nu wel erg hard, jongens.” Maar dan slaat het noodlot opnieuw toe, de steentjes raken op en na hertelling blijkt, dat de basis van de boom te groot is. Na overleg en diepe depressies heeft Bart nog een opsteker voor iedereeen: “Maar jullie moeten ook de positieve kant ervan inzien. Dit is de eerste keer, en dat is echt een primeur, dat we met z’n vieren binnen zo’n korte tijd de weekopdracht twee keer hebben verneukt. Niemand, die ooit in het Big Brother-huis heeft gezeten, kan dat zeggen.” Uit pure frustratie wordt een aanval gedaan op de drop en koekjes. Na de laatste bouwbesprekingen gaat iedereen slapen.

Comments are closed.