Lieve Karin,

BN/DeStem 8 december 1999
Door John Bas

Bijna iedere dag zie ik je. En anders denk ik wel aan je. Zomaar, heel even, soms ook echt diep. Begrijp me niet verkeerd, hoor. Ik ben ook getrouwd, heb ook kinderen en wat mannen dan nog meer zeggen. Maar toch.

Het is wel gek, dat je een vrouw zo vaak op televisie ziet, niet gespeeld maar echt en dat nu al zoveel BB-uren; en toch weet ik maar zo weinig van je. Dat jouw echtgenoot het zo goed doet als zakenman, lees ik in De Bladen. Die vertellen ook dat je vier kinderen voor honderd dagen hebt achtergelaten en dat het toch eigenlijk niet hoort. Maar ik twijfel niet of je een goede moeder bent, hoor Karin. Ik voel dat het goed zit.

En als mannen in complete afzondering van hun geliefden af en toe eens willen kroelen met de enige vrouw in huis, is dat net zo logisch als dat jij eens tegen iemand aan kruipt. En natuurlijk ga je ’s nachts gewoon gezellig bij jouw Big Brothers liggen. Laat degelijk Nederland maar lullen.

Maar, terugkomend op wat ik wel en vooral niet van je weet: ik was diep geroerd toen je de andere BB’ers vertelde over jouw kanker, dat je bang was om dood te gaan, dat je wil uitzoeken hoe jouw geliefden het zonder hun Karin redden… Toen was ik om. Ik vind je geen stijve huistrut meer, het is niet erg dat je een beetje slist. Je vond het zelf raar dat The Young One Veronica jou had geselecteerd, omdat je niet de doelgroep bent… Nou, al die jonge, oppervlakkige sufkutjes mogen hopen dat ze later, als ze groot zijn, mogen worden zoals jij.
Nog drie weken hou ik van je. Dan gaan we weer gewoon doen.

Comments are closed.