Karin heeft haar grootste dip gehad

Karin uit dip
Op dag 88 lijkt het erop dat Karin haar grootste dip heeft gehad. Aan de begin van de middag heeft ze in de dagboekkamer met Big Brother gesproken. Die heeft haar verteld dat het allemaal goed is met het thuisfront. Deze wetenschap maakt haar humeur een stuk beter. Ook voor Bart is ze veel aardiger. De bewoners knutselen vandaag kerstversierselen bij elkaar. Ze maken kerstballen door piepschuim bollen te beschilderen en te beplakken. Karin schildert de sterretjes met goud die Bart en Maurice in hun kamer hadden opgehangen, voor in de kerstboom. Bart maakt een kerststal – voor de zekerheid schildert hij de woorden ‘kerst stal’ er bovenop – , Karin, Ruud en Willem maken figuurtjes voor in het bouwwerk.

Gelovig
Tijdens het freubelen hebben de bewoners een discussie over nut van kerst vieren. Bart viert nooit kerst. Karin wil weten waarom. Bart: “Ik vind het hypocriet, zo opgedrongen. Mensen die nooit naar de kerk gaan, doen dit met kerst wel.” Ruud snapt niet dat Bart niet gelooft, maar vindt dat hij wel moet respecteren dat anderen geloven. Bart: “Maar dat zeg ik helemaal niet, ik respecteer iedereen zijn geloof. Ik vind alleen het katholieke geloof hypocriet.” Karin: “Ik ben vroeger wel gelovig opgevoed maar na mijn trouwen ben ik van het geloof afgestapt. Ik vier wel kerst, ga alleen niet naar de kerk. Ik ga het hele jaar ook niet dus dan hoef ik met kerst ook niet.”

Twijfels
Hoe later op de middag, hoe dieper de gesprekken. Want wat is er nu belangrijker dan het leven zelf? Daarbij heeft iedereen wel eens zijn twijfels, zo blijkt. Bart: “Ik ben niet echt depressief maar heb wel eens van die dagen dat ik niet uit mijn bed wil komen.” Karin: “Dan heb je een dip, heb ik ook wel eens. Dan denk je na over je leven.” Ruud herkent dat: “Toen ik een jaar of twintig was, ging ik nadenken over het leven. Ik hield er gauw mee op.” Bart: “Ja, dat moet je niet te vaak doen, nadenken over het leven, daar word je depressief van.” Ruud is het daar mee eens: “Ik vroeg me dan dingen af zoals ‘waarom ben ik’, of ‘waarom ben ik Ruud’. Willem: “Ik vroeg me ook altijd af waarom ik blank ben en niet zwart.”

Vitamines
De bewoners eten vandaag weer in de woonkamer, de keukentafel ligt vol met knutselspullen. Na het eten ontdekt Karin dat ze blaasje in haar mond heeft. “Dat kan geen gebrek aan vitamines zijn.” Ze slikt elke dag vitaminetabletten en in het huis eten ze veel groente. Karin: “Ik denk dat het komt dat we in zo’n kleine ruimte zitten en onder die felle lampen. Ook dat onregelmatige dagritme van ons is natuurlijk niet goed.” Na het eten schuiven de bewoners weer aan de keukentafel voor de kerstspullen. “Daar is de orgelman”, zingt Ruud als hij koffie maalt. De anderen zingen mee met een geïmproviseerde tekst: “en hij denkt weer aan Trudie als hij kan.” Willem: “Hoe laat is het? Het is tien uur geweest, tijd voor Italiaans voetbal.” “Nou, aardig hoor”, grapt Ruud, “ik val meteen weer in een diep gat.” Ondertussen doet iedereen zijn werk. Het knutselen gaat goed, de boom begint al op een echte kerstboom te lijken.

Zondagavond staat in het teken van de kerst. Er wordt verwoed geknutseld om maar zoveel mogelijk ballen in de boom te krijgen. En uiteraard mag de kerststal niet ontbreken. Als uiteindelijk alles af is, maken de bewoners er een mooi geheel van. Met name Karin is er erg enthousiast mee bezig. “De voederbak moet aan de andere kant. Doen we daar een beetje rijst in, beetje linzen erbij. Toen waren ze ook arm, dus dat kan best. En we kunnen wat stro achterin proppen. We hebben toch nog wel van die zooi? Anders leg je achterin hout, dat is mooier. Ik vind hem echt hartstikke leuk. Het is net een echte kerststal. En de beeldjes zijn ook goed gelukt. Nieteens zo heel kinds. Willem: “We moeten nog een dekentje.” “Voor de baby?”, vraagt Karin. “Je kan ook een zadel voor de kameel maken. “Oja, haha, dat is lachen”, vindt Bart. Karin: “En je moet dat een wiegje een beetje naar voren zetten, anders kan je dat kind dat ik gekleid heb niet meer zien. Moet je kijken naar die ene wijze, toen had ik nog heel veel klei. Daarom is die zo groot. Bij die andere twee moest ik het verdelen.”

Ruud heeft zich enorm laten inspireren door het geheel, en even later schallen de kerstliederen door het Big Brotherhuis, prachtig begeleid door de gitaar. Na het kersttafereeltje wordt de tafel schoongemaakt en komen de kaarten weer tevoorschijn. Willem, Bart en Karin klaverjassen de avond door, Ruud pingelt wat op z´n gitaar. Als later op de avond Willem en Ruud en Bart nog voetballen in de keuken, spreekt moeder Karin haar jongens even streng toe. “Het is nu afgelopen met die bal. Jullie moeten nu naar bed toe.” Maar Karin is zelf de eerste die naar bed gaat.

Comments are closed.