Problemen, problemen

Bart staat vroeg op. Soms heeft hij van die dagen dat hij opeens als eerste opstaat, zoals vandaag. Niet lang daarna worden ook Ruud en Willem wakker. “Wat ben je vroeg op, we lagen er hartstikke laat in”, zegt Ruud verbaasd. Bart: “Welnee, half twee is toch niet laat.” Deze twee duiken echter snel hun bed weer in, zodat Bart alleen achter blijft.
Dit komt hem goed uit, want hij geniet intens van de rust. Om zich te vermaken, begint hij aan een gedicht voor zijn ouders. Hij gebruikt hiervoor een stuk inpakpapier en een groot potlood dat eigenlijk als cadeau voor de kinderen is bedoeld. ‘Beste huppelaars’, begint hij zijn gedicht. Het gaat hem goed af. Tussendoor bakt hij voor iedere bewoner een bolletje.
Als ook Anouk wakker wordt, laat hij haar meteen zijn dichtkunsten lezen. “Bart, hoe kan jij zo lang dichten man. Echt tof!”, roept zij verrast. Bart heeft helemaal de smaak te pakken: “Ik denk dat ik er nog een velletje aanplak.”

Broek met emotionele waarde

Het duurt lang voordat de rest van de bewoners het voorbeeld van de twee genomineerden volgt. Hierdoor krijgen zij goed de gelegenheid om bij te praten. Zo besluiten ze donderdag samen in te gaan pakken. Anouk: “Dit keer stop ik alvast alles in mijn koffer. Vorige keer heb ik mijn foto’s laten hangen. Maar nu is de kans voor negentig procent zeker dat ik het huis uit moet.” Even later begint ze over de broek van Bart. Het is het enige wat hij aanheeft, want hij zit al de hele ochtend in zijn blote bast. Anouk: “Die broek die jij aan hebt, lijkt mij heel relaxed. Het is een soort joggingsbroek met knopen erin.” Bart geeft haar gelijk. Het blijkt dat deze van grote emotionele waarde voor hem is: “Ik heb de broek van Sabine gekregen, hij was voor haar te groot.”

Anouk vertelt dat ze vandaag geen zin heeft om te douchen. Dit in tegenstelling tot Bart. “Ik ga elke dag douchen. Of het nu koud of warm water is”, antwoordt hij. Waarop Anouk snel aanvult: “Maar thuis douche ik wel elke dag.” Hierdoor komt het gesprek op de woordenwisseling over de molton van enkele dagen geleden. “Van mijn medebewoners moet ik wel elke dag douchen”, oppert Bart. “Anders wordt mijn matras te vies.” En dan zachtjes: “Zeikerds!” Anouk: “Je moet maar denken, het is goed bedoeld. Je moeder zou het ook gezegd hebben.”

NIPO-onderzoek

Uit pure verveling brengt Bart Anouk op de hoogte van de verschillende acties die er van buitenaf zijn geweest. Zo vertelt hij over de parachutistensprong, en over de ‘inbreker’ die een vuilniszak met spullen kwam brengen (“Ik lag rustig op de bank, zag hem aan komen lopen en zei hem gewoon gedag. Sabine en Bianca werden helemaal gek.”). Ook laat hij haar het NIPO-onderzoek lezen, dat ooit een keer over de schutting heen is gegooid. “Ik kan mij niet voorstellen dat er een NIPO-onderzoek is geweest naar de populariteit van de bewoners”, zegt Anouk ongelovig als ze klaar is met lezen. “Wisten wij veel”, antwoordt Bart gegeneerd.

De andere bewoners komen pas tegen elf uur hun bed uit. De zelfgebakken bolletjes van Bart vallen bij iedereen in goede smaak. Karin voelt zich niet zo fit. Bart: “Dan ga je toch nog even in bed liggen.” Karin: “Nee dan neemt de vermoeidheid alleen maar toe.” Om dit tegen te gaan, gaat ze actief de rommel opruimen en de was opvouwen. Ze klaagt over de warmte. Karin is niet de enige, want later op de ochtend maken ook de andere bewoners er opmerkingen over. “Het lijkt wel 48 graden”, zegt Ruud zeurend. Karin vertelt dat ze vannacht wakker werd. “Ik moest plassen, maar ik was hartstikke slaapdronken.” Bart kan het niet laten om haar te plagen “Ik probeerde je na te doen, maar ik belandde bijna in de wasmand.” Anouk: “Ze zwalkte dus door het huis.”

Ophouden

Bart laat zijn gedicht lezen aan Ruud en Maurice. Ook zij vinden het leuk. “Ik maak een gedichtje zoals jij een motor maakt”, voegt Bart er trots aan toe. Anouk vraagt: “Kan het brood al op tafel?” Bart denkt van wel. Anouk haalt het bakblik met het brood tevoorschijn, maar als Bart het eruit wil halen, blijkt dat het nog moet afkoelen. Hij zegt tegen Anouk: “Ja, je bent te ongeduldig.” Anouk reageert gepikeerd: “Maar ik vroeg aan jou of het al kon. Toen zei je ja.” Bart op ruzietoontje: “Ik dacht dat je honger had.” Anouk: “Had ik helemaal niet.” Bart kan het niet laten rusten: “Waarom vraag je dan of het eruit moet?” Karin sust op achtergrond: “Ophouden.” Bart moet zijn naam waar maken. Ze noemen hem niet voor niets tegendraads: “Niks ophouden. Ze vraagt al sinds half tien of brood klaar is.” Anouk is Barts commentaar zat en schreeuwt: “Neeeeee!”

Jaloezie

De bewoners stapelen het hout op wat ze gisteren in twee grote zakken hebben gekregen. Ze horen een paar meisjes de naam van Bart roepen. Anouk merkt dat Bart er een beetje verlegen van wordt. Het roepen gaat een tijdlang door. Willem: “Ja ja, rustig, Bart komt zo buiten spelen.” Bart verlegen: “Ze hebben er bijna een dagtaak aan.” Hij kan het allemaal niet meer aanhoren en vlucht naar binnen. Maurice en Karin blijven hem pesten. Ze doen de stemmen die ze horen na, en bedenken zo hun eigen tekst. Maurice met meisjesstemmetje: “Anouk stom wicht, waarom ga je niet met Bart.” Karin: “Ja, want wij willen wel.” Bart is geschokt: “Oh, dat is grof.” Karin: “Het is toch zo. Dat denken ze.” Bart: “Dat hoef je niet hard te roepen.” Willem krijgt genoeg van het geschreeuw: “Ik vind het niet meer leuk, Bart.” Maurice weet wel waar het aan ligt: “Dat is gewoon jaloezie van jou Willem. Je wilt Bart gewoon voor jezelf.”

Maurice zoekt vandaag al meer toenadering tot Bart. Hij komt zelfs met een voorstel: “Misschien kunnen we een keer samen gaan schieten.” Bart vindt het een goed idee. Is dit een verzoeningspoging van Maurice zijn kant?

Uren verstrijken waarin verwoed geknutseld wordt. Ruud, die zich behoorlijk uitgeleefd heeft tijdens het voetballen, is toch niet zo fit als hij zelf dacht en doet een middagslaapje. Maurice kijkt aandachtig waar Willem mee bezig is. “O, je bent aan het broodbakken.” “Ja”, zegt Willem, “brood is ook nodig.” “Wat is er vanavond dan voor eten?”, wil Maurice weten. “Van die lekkere soep”, krijgt hij als antwoord. Maurice kijkt vragend.

Problemen, problemen

Ondertussen hebben de bewoners de foto’s teruggekregen die ze gemaakt hadden om bij de cadeautjes te doen. Karin berekent de tijd die ze nodig zullen hebben om de foto’s te schrijven. Ze heeft er ongeveer dertig in een uur geschreven en berekent dat iedereen er ongeveer vijf uur voor nodig heeft om alle foto’s van een gedichtje te voorzien. Het valt allemaal niet mee. Als je de foto met een plakbandje op het pakje plakt, gaat het vast los. En de stempel valt weg tegen het donkerblauwe pakpapier. Problemen, problemen. Ach en wee. Maar overal kan een oplossing voor gevonden worden. De stempel komt achter op de foto en die maken ze vast met lint. Bravo!

Linzensoep

“Linzensoep”, antwoord Willem als Maurice hem vragend aankijkt. Eenmaal aan tafel krijgen de bewoners allemaal een kommetje linzensoep en iets dat op een pizza lijkt. “Mmm, de linzensoep is goed. Vult lekker”, smult Ruud. Iedereen roept ‘jaaaaa’, zoals dat hoort tegen iemand die net een uur in de keuken heeft gestaan. Maurice kijkt zuinig. Hij mompelt: “Ja, lekker”, terwijl hij zijn uiterste best doet om het binnen te houden.

Scheef gezicht

Anouk staat tijdens het eten op en haalt het brood en de pot jam. Zijn de linzensoep en de ‘pizza’ van Willem soms niet lekker genoeg? Ruud staart emotieloos naar de boterham. Is hij het er niet helemaal mee eens? Willem kijkt met een scheef gezicht naar Ruud. Het lijkt alsof hij het ook maar vreemd vindt, en dit non-verbaal aan Ruud wil communiceren. Maar Anouk heeft het allemaal niet in de gaten en kletst vrolijk door. “Als ik dadelijk het huis uit ben, en er zijn meisjes (op de studentenvereniging) die me ineens aanspreken omdat ik in Big Brother heb gezeten

Rond de klok van elf gaat Karin als eerste naar bed. Als ze met Maurice in de badkamer is, worden ze erg melig. Karin: “Mijn molton is nog de enige mooie.” Maurice staat naast haar en houdt een t-shirt voor een van de camera’s: “Ik wil absoluut niet gefilmd worden. Ik doe niet mee aan dit programma.”

Al 292 dozen

Anouk blijft nog even op met de mannen. Ze is gedichten aan het schrijven terwijl de rest ijverig aan het inpakken is. Met name Ruud doet zijn best. “Zo, jij wil echt niet dat ze de cadeaus nog open krijgen hč”, zegt Bart tegen hem. In totaal heeft iedereen samen al 292 dozen ingepakt. Willem heeft ze net geteld en kan dit bevestigen. Ruud ongelovig: “Ah, echt waar?” Willem wordt er optimistisch van: “Morgenavond voor zes uur zijn we klaar.” En daarna blij: “En dan gaan we donderdag weer lekker voetballen.” In ieder geval is het inpakken genoeg geweest voor vandaag.

Het is weer tijd voor hartenjagen. De vier mannen verzamelen zich rond de tafel en beginnen fanatiek aan een potje. Totdat Maurice een kaart verzaakt. Bart: “Nou, dat kost je een rondje limonade.” Willem: “Voor mij kwam het wel goed uit. Ik had mooie Cocu-kaarten.” Onderhand is een van de plastic bakken vol met snoep, die eerder deze avond was achtergehouden, helemaal leeg gegeten.

Na het kaarten gaan ook Ruud, Willem en Maurice slapen. Maurice begint meteen te lachen als hij Karin heel even uit bed ziet komen. “Liggen jullie nog niet in bed?” vraagt ze. Maurice kan er wel om lachen. “Soms kan het wel eens laat worden”, fluistert hij in de camera. Bart blijft als enige achter in de woonkamer. Hij heeft vandaag de smaak te pakken en wil nog een gedicht schrijven. Maurice: “Ga jij nog niet slapen?” Bart laat zich niet kennen: “Het is kwart voor een, dan ga ik niet nu al op bed.” Dan is het weer stil in huis.

Comments are closed.