Elke dag maar een klein stukje

Elke dag maar een klein stukje

Maandagavond houdt na ruim 200 kilometer trappen de electronische registratie van de hometrainer er mee op. Het aantal kilometers per uur en de totaalstand worden niet meer weergegeven. Bart: “We zijn waarschijnlijk iets te enthousiast van start gegaan”. Uitgeput van de lange, denkbeeldige fietstocht hangen de bewoners lusteloos op de bank in de huiskamer. Het haardvuur brandt zachtjes. Bart en Sabine kruipen onder een deken op de bank in de huiskamer. Het lijkt er niet op dat ze dat doen omdat het erg koud is in de kamer. Bart zit met opgestroopte mouwen onder de deken. Sabine haalt af en toe haar benen onder de deken vandaan om wat af te koelen. Ze praten niet met elkaar, maar met Willem die tegenover hen zit. Ruud heeft zichzelf compleet afgemat en gaat vroeg naar bed. De overige bewoners maken het ook niet laat. Er moet tenslotte nog duizend kilometer worden gefietst.

Bart is om 08.10 uur als eerste op. De kippetjes blijven prioriteit no. 1. Zolang je die te vriend houdt, heb je altijd een vers eitje bij het ontbijt. De oogst is dit keer twee eieren. Niet zo veel, vooral niet als je er één kapot knijpt. Ook Karin is er redelijk vroeg bij. Samen doen ze de was, de afwas, maken ze ontbijt klaar en zijn ze vooral erg actief voor het tijdstip van de dag. De fiets is nog steeds stuk, en Karin krijgt in de dagboekkamer te horen dat er een nieuwe in aantocht is. Alleen is deze er nog niet, maar de tijd die ze nu missen, mogen ze vrijdag nog inhalen. Om half elf liggen Sabine en Maurice nog steeds te slapen. Bart wordt ongeduldig. “Zal ik Sabine wakker maken”, vraagt hij aan Karin. “Nee hoor, zou ik niet doen. Daar wordt ze alleen maar chagerijnig van.” Een wijs advies van moeder Karin, waar Bart zich maar beter aan kan houden. Laat in de ochtend is de hometrainer gerepareerd. Althans, dat wordt aan Bart verteld. Hij heeft wel zin om even te trappen en gooit al zijn energie in de strijd. Na vier kilometer en driehonderd meter op de teller begeeft de digitale kilometerteller het weer. Bart is ontdaan en klaagt bij Big Brother. Een uur later krijgen de bewoners een andere hometrainer. Big Brother heeft ze niet op voorraad, dus is deze met grote spoed uit een donkere kelder opgevist. “Komt dat ding van een rommelmarkt of zo? We moeten hierover protesteren”, schreeuwt Bianca opstandig. Ondertussen probeert Karin te trappen.

Alles piept en kraakt, maar ze krijgt de trappers niet 360 graden rond. “Dit gaat veel te zwaar.” Ze loopt direct naar binnen en ploft neer op de bank. Bart heeft energie opgespaard en wil het wel proberen. Hij trapt niet hard, maar de kilometerteller loopt snel op naar de veertig kilometer per uur. “Dit gaat wel heel hard”, roept hij verbaasd. Lezend in een boek ramt hij deze etappe er snel door. De halve dag is al voorbij als Sabine wakker wordt. Ze heeft het voor het eerst zwaar. Ze voelt zich niet goed en heeft een knallende hoofdpijn. Het lijkt over te slaan naar de rest van de groep. Karin slaapt op de bank en de anderen lezen wat. Na enige tijd loopt Sabine naar de badkamer om zich op te maken. Ruud maakt een opmerking over de mysterieuze blauwe plekken op haar been. Bart loopt haar achterna. “Ik heb een blauwe plek op mijn been. Het lijken wel twee vingerafdrukken”, zegt ze quasi-verbaasd. Bart glimlacht geheimzinnig: “Ik denk dat ik wel weet waar dat door komt.” Wat zou Bart bedoelen? In de loop van de middag kan het werken aan de weekopdracht weer hervat worden. “Hoe sterk is de eenzame fietser…”, zong Boudewijn de Groot ooit. Maar in het geval van onze bewoners draait alles om de sterkte van de home-trainer. Zou deze het nog een weekje volhouden? Als ze het voor vrijdag nog willen halen, zullen ze elke dag allemaal vijfenveertig kilometer moeten fietsen.

Ruud laat zich in ieder geval niet uit het veld slaan en houdt ook bij de andere bewoners de moed erin. “Fietsen is goed voor je, je hoeft elke dag maar een klein stukje”, houdt hij iedereen telkens weer voor. Ruud kan het weten, want hij is zelf verzorger in de wielrennerij. Ook al zweet hij zelf als een otter, opgeven doet hij niet. Iedereen klaagt over spierpijn en zadelpijn, maar Ruud doet dit voor zijn plezier. De extra lichaamsbeweging doet hem goed. Ook de andere bewoners hebben een hele goede reden om te blijven trappen, want als ze de weekopdracht niet halen, zijn ze volgende week een groot deel van hun budget kwijt. Vanmiddag moest de bleekselderij maar eens de tuin uit, besluiten Willem en Bart. De oogst is werkelijk overweldigend. Emmers vol selderijstengels worden er gesneden en terwijl ze onder het zonnescherm bezig zijn, ontdekken ze en passant een extra camera achter de schutting. Nog een paar dagen, dan zijn de muntplantjes aan de beurt. Willem heeft er wel een bestemming voor. “Die kan je mooi drogen, lekker in de thee.” Dan mag Bianca uit de dagboekkamer wielerbroekjes ophalen. “Gekregen van een trouwe kijker”, zegt ze, glimmend van trots, als ze met de broekjes terugkomt. Er zit zeemleer in, dus van zadelpijn zullen ze voorlopig geen last meer hebben Het zijn er drie: Een rode, een zwarte en een blauwe. Vanavond kookt Bart, op het menu staat een selderijschotel met stukjes spek en aardappelpuree. Ook Bart blijkt een keukenprins in de dop te zijn.

De avond wordt gevuld met lezen, praten en fietsen. Sabine en Bart lijken elkaar gevonden te hebben. Stilletjes verdwijnen ze samen naar buiten om een sigaretje te roken. Je hoeft geen expert te zijn om te constateren dat ze heel erg goed met elkaar kunnen opschieten. Zo tegen een uur of tien wil Sabine wat gaan lezen, maar Bart heeft andere plannen: “Ik ga wel naar jou kijken, dat vind ik veel leuker.”

Comments are closed.